feest der herkenning: in- en uitkapselingen in Indische zielen - pagina 1

frontcover Is er een Belanda, een 'volbloed' Nederlander, nodig om het palet aan Indische gevoelens te beschrijven? Marlene de Vries, socioloog en als senior-onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Migratie- en Etnische Studies van de Universiteit van Amsterdam, gaf tijdens de Tong Tong Fair 2009 een korte voordracht over haar boek. Het Bibit-Theater was grotendeels gevuld, de sfeer was goed en uit het publiek kwamen ontroerende vragen en reacties. Zo was er een heel oude Indische meneer, iemand van de eerste generatie, die vroeg wat derdegeneratieleden nou voelen over hun Indisch-zijn. Zijn kleinkinderen waren nog klein, maar dan kon hij zich alvast een beeld vormen over de toekomst.

 

het koloniale complex

Stel dat deze fysiek sterke Indischman in 1930 in Nederlands-Indië geboren was, als kind van een Indonesische en een Nederlander, dan is hij geconfronteerd geweest met de laatkoloniale Nederlands-Indische maatschappij waarin Indo-Europeanen niet als volwaardige Nederlanders werden bejegend. De Indische Nederlanders namen een tussenpositie in; tussen de blanke Nederlanders en de Indonesiërs. Om het koloniale complex te completeren: ten opzichte van de Indonesiërs voelden de Indo's zich superieur en voor het Indonesische deel van hun afkomst voelden zij een mengeling van ontkenning en schaamte. Gevoelens die overigens nooit onderwerp van openbare discussie waren. In het dagelijks leven in Indië hadden de Indo-Europeanen echter hun eigen leefwereld gecomponeerd met elementen uit de 'Indische cultuur': het gebruik van kruiden bij ziekten, de jacht, bepaalde vechtsporten, krontjongmuziek, Stamboel-komedie, als uit de Indonesische cultuur: het geloof in goena-goena (stille kracht), het branden van wierook om geesten gunstig te stemmen, het raadplegen van doekoens (inlandse genezer en toekomstvoorspeller), en het houden van selamatans (maaltijd bij belangrijke gebeurtenissen). Naast de koloniale/Aziatische erfenis draagt de oude Indischman ook nog de erfenis van de oorlog en de naoorlogse periode met zich mee. Hoe is het hem vergaan? Is hij als dwangarbeider te werk gesteld aan een vliegveld, een spoorweg of in de mijnen? Is hij bedreigd door zowel Japanners als Indonesiërs? Wat is deze Indischman overkomen tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van de Indonesiërs, toen alles wat als Nederlands werd beschouwd aangevallen kon worden? Wat heeft hem uiteindelijk doen besluiten, samen met die naar schatting 200.000 andere Indische Nederlanders, naar Nederland te vertrekken? En hoe beviel het leven in het vaderland?

 

sociaal-culturele erfenis

De Vries richt in dit boek de schijnwerpers op de tweede en derde generatie Indische Nederlanders en hun sociaal-culturele erfenis. Bij een sociaal-culturele erfenis gaat het om de overdracht van waarden, normen, gevoelens en opvattingen over zichzelf en anderen. Kernvragen in de studie van De Vries luiden: hebben leden van de tweede en derde generatie Indische Nederlanders bewust of onbewust een ' Indische erfenis' meegekregen en hoe gaan zij met deze erfenis om? Tot de tweede generatie rekent De Vries degenen die in Nederland geboren zijn, maar ook degenen die nog een deel van hun jeugd in Indië, Indonesië of Nieuw-Guinea hebben doorgebracht, mits ze bij aan komst in Nederland niet ouder waren dan twaalf jaar. Hebben de tweedegeneratieleden, nu gemiddeld 56 jaar oud, hun sociaal-culturele erfenis aanvaard, omarmd of hebben zij pogingen gedaan zich eraan te ontworstelen? De Vries heeft 22 leden van de tweede generatie geïnterviewd. De sfeer van de gesprekken omschrijft de auteur als vrijwel altijd ongedwongen en prettig. Opvallend was dat velen moeite hadden onder woorden te brengen wat Indisch-zijn voor hun inhield. De (vroegere) ambivalente gevoelens over hun Indische afkomst en autochtone Nederlanders bleken moeilijk te verwoorden. Soms kwamen deze ingekapselde gevoelens naar buiten middels een ontsnapte uitspraak of een bepaalde mimiek. Het werk van De Vries is rijk gelardeerd met citaten. Hierdoor slaagt zij erin een levensecht beeld te schetsen van de tweede en derde generaties.

 

 

↑ top